Hoe bespreek ik het rapport met mijn kind

Het is weer rapportentijd.

Voor sommige kinderen een moment om naar uit te kijken. Voor anderen juist een heel moeilijk moment, een dat aan hun zelfvertrouwen kan knagen.

Verdrietig van onvoldoendes

Ik herinner me het nog goed, mijn basisschooltijd.  Ik vond het rapport moment verschrikkelijk. Voor rekenen en concentratie had ik onvoldoendes.

Rekenen was voor mij Abracadabrah: ik snapte het totaal niet. Die tafels wilden maar niet blijven hangen, en in de klas dagdroomde ik weg bij elk vliegje, vlindertje of wolkje dat ik zag. 

Met enige regelmaat viel ik letterlijk van mijn stoel.

Het zien van die onvoldoendes in mijn rapport deed mij verdriet. Die onvoldoendes weegden zwaar voor mij.  Zelfs voldoendes of positieve verhalen konden daar nauwelijks tegenop. Gelukkig gingen mijn ouders er heel ontspannen en liefdevol mee om. Mijn moeder maakte het niet uit, ze had vertrouwen in mij, zij hield toch wel van mij en dat was een zalig gevoel.

Maar toch; het stond er wel zwart op wit in mijn rapport.

 

Tips voor ouders om het rapport ontspannen te bespreken

Uit mijn eigen kind & ouder ervaring én professionele ervaring als leerkracht/ Remedial Teacher en kindercoach-counselor weet ik dat het rapport moment bij veel kinderen spanning op kan roepen.

Soms zijn ze trots, soms onzeker, soms bezorgd over hoe hun ouders zullen reageren.

Als ouder heb je op zo’n moment veel invloed: jouw reactie kan je kind helpen groeien in zelfvertrouwen en motivatie, of juist het tegenovergestelde doen.

Hier zijn een aantal tips om het rapport op een warme, opbouwende manier te bespreken:

Creëer een ontspannen sfeer

Kies een rustig moment waarop jullie samen de tijd hebben. 

Ga er samen voor zitten met bijvoorbeeld een kopje thee en iets lekkers erbij.

Leg je telefoon weg. 

Wees aanwezig met jouw unieke en onverdeelde aandacht.  

Dit laat zien dat je aandacht hebt voor je kind, niet alleen voor de cijfers.

 

Begin met wat goed gaat en stel vragen aan je kind

Noem eerst de dingen die goed gaan. Hoe klein ook, focus op en benoem wat je ziet aan inzet, groei of plezier. Kinderen bloeien op van erkenning.

Ook als je kind laag scoort, kan er wel degelijk sprake zijn van groei.

Bijvoorbeeld:

” Waar ben jij het meest trots op? ” 

“Wat vond het erg moeilijk en heb je erg je best op gedaan?”

“Wat fijn om te zien dat je zo’n mooie sprong hebt gemaakt met lezen!”
“Ik zie dat je je best doet voor rekenen, dat is knap.”

“Wat fijn dat je inzet bij lezen wordt benoemd. Je hebt daar ook echt je best voor gedaan!

 

Geef ruimte aan gevoelens

Let op de signalen die je kind uitzendt en laat zien. I

s je kind teleurgesteld of zenuwachtig? Alle emoties mogen er zijn.

Je kunt vragen:

“Hoe voel jij je over je rapport?”
“Is er iets waar je trots op bent of juist niet zo blij mee?”

Door te luisteren zonder te oordelen, voelt je kind zich gezien en serieus genomen.

Stel open vragen

In plaats van alleen te benoemen wat jullie in het rapport zien, kun je je kind ook open vragen stellen zoals:

Hoe vond jij het op school de afgelopen tijd?

Waar ben je trots op?

Wat vond je lastig?

Wat vond het het leukste dit schooljaar? En wat het meest moeilijke/ stomste moment?

Welk compliment geef je aan jezelf?
Zo betrek je je kind actief en krijg je ook inzicht in hoe hij of zij het zelf beleeft.

 

Bekijk leerpunten als kansen om te groeien

In plaats van te focussen op wat ‘beter moet’, kun je samen kijken naar wat helpend zou zijn:

“Wat zou jij willen verbeteren, en hoe kunnen wij jou daarbij helpen?”

Wat zou je volgend jaar anders willen doen? 

Zo leert je kind dat fouten en moeilijkheden normale onderdelen zijn van leren. Jullie hoeven ze niet uit de weg te gaan. Het kunnen verdragen dat je kind moeite heeft met leren is ook heel waardevol.

Als je kind open staat om iets te verbeteren, bemoedig dat en maak daar samen (kan ook op een later moment) een plan voor.

Iedereen maakt fouten

Een rapport is geen eindpunt, maar een tussenmoment. Als iets moeilijk is, betekent dat niet dat je kind ‘niet goed genoeg’ is. Het betekent dat er iets is om in te groeien.

Het is juist heel leerzaam om fouten te maken. Het maken van fouten hoort bij een leerproces, dat geldt voor jong en oud. Deel jouw ervaringen en maak het luchtig en bespreekbaar.

Vergelijk je kind niet met anderen!

Elk kind heeft zijn eigen tempo en talenten. Vergelijken met broertjes, zusjes of klasgenoten kan leiden tot een onzeker gevoel. Kijk vooral naar de ontwikkeling van je kind zelf en vergelijk je kind met zichzelf.

Kijk samen terug naar eerdere prestaties en/of resultaten en benadruk de groei die je kind heeft doorgemaakt door de inzet die je kind erin heeft gestopt. Bespreek hoe je kind dat is gelukt.

Sluit af met vertrouwen

Laat je kind weten dat je trots bent op wie hij of zij is, los van prestaties. Je kind is zoveel meer dan een rapport!

“Wat er ook op papier staat: ik ben trots op jouw inzet, je nieuwsgierigheid en je doorzettingsvermogen. En jij zult ook wel trot zijn op jezelf.”

Een dergelijk verbindend, open gesprek over het rapport kan het verschil maken. Voor het moment zelf, maar ook voor hoe je kind zichzelf ziet en leert omgaan met feedback en groei.

Heb je twijfels over hoe je kind zich voelt of reageert op schoolprestaties?

Heb je vragen over andere emotionele uitdagingen?

Of heb je behoefte aan ondersteuning?

Voel je vrij om contact op te nemen. Een gesprek met een kindercoach-counselor kan soms al heel helpend zijn.